GO

Extra informatie aanmelding

Aanmelding tot de LWOO afdeling

Bent u als ouder voornemens om uw kind aan te melden op de Tobiasstroom, zorglocatie van de Stichtse Vrije School,  dan moet er een zekere weg zijn afgelegd en sprake zijn van een advies van de basisschool dat uw kind LWOO onderwijs behoeft.

Een leerling kan officieel pas worden ingeschreven op de Tobiasstroom wanneer hij/zij een positieve beschikking van de Regionale Verwijzing Commissie (RVC) heeft. Dit is een verplicht document voor toelating tot het LWOO (leerwegondersteunend onderwijs)..

De route tot aanmelding

De basisschool, die de zoon of dochter op dit ogenblik bezoekt, beschikt vaak al over uitgebreide onderwijskundige gegevens. Op basis daarvan is waarschijnlijk een advies door de basisschool gegeven: VMBO met LWOO. 

In de eerste fase, de oriëntatiefase, nodigen wij u uit telefonisch contact op te nemen met de zorgcoördinator. In principe volgt hierop een afspraak voor een kennismakingsgesprek op school. U wordt geïnformeerd over de school en de jaarklas (de leeftijdsgroep waartoe de leerling hoort). In dit gesprek kunt u uw keuze voor deze school en de motieven tot aanmelding toelichten. In dit gesprek krijgt u ook inzicht in de wettelijke procedure.

Dan start een fase waarin de basisschool en ouders de benodigde verzamelt voor de LWOO aanvraag. Zodra alle gegevens bekend zijn en conform de eisen van het LWOO, start de intakeprocedure en dus de formele aanmelding. Ouders vullen het formele aanmeldingsformulier in waarmee dus ook de zorgplicht van de school in werking gaat.

Voorrangsregels

De SVS-Tobiasstroom kent voorrangsregels m.b.t. de aanname. Leerlingen van de SBO Tobiasschool hebben voorrang op andere aanmeldingen. Daarna volgen leerlingen uit het vrijeschool basis onderwijs, dan leerlingen met broers en/of zussen op de Vrije School en vervolgens de leerlingen uit het reguliere onderwijs.

Wanneer er sprake is van meer dan 15 aanmeldingen, wordt er een wachtlijst gevormd. Een lotingsprocedure behoort tot de mogelijkheden als te veel leerlingen aan de aannamecriteria voldoen en tijdig zijn aangemeld.

Welke leerlingen komen nu in aanmerking voor een beschikking LWOO?

Leerlingen komen in aanmerking voor een beschikking LWOO als zij voldoen aan de volgende criteria, zoals deze door de overheid zijn vastgelegd:

  • Het kind heeft een IQ tussen 80 t/m 105  d.w.z. beneden gemiddeld tot gemiddelde capaciteiten;
  • Bij een IQ tussen de 75 en 80 is er sprake van een bespreekgebied. Er wordt onderzocht of de Tobiasstroom voldoende tegemoet kan komen aan de onderwijsbehoefte, of dat Praktijkonderwijs passender is.
  • Er is sprake van 1,5 tot 3 jaar integrale leerachterstand in twee of meer domeinen (inzichtelijk rekenen, begrijpend lezen, technisch lezen en spellen; niet zijnde een combinatie van technisch lezen en spelling) en
  • Bij een gemeten IQ hoger dan 90 moet aantoonbaar sprake zijn van  een daarmee samenhangende sociaal-emotionele problematiek, die de leerprestatie beïnvloedt (bv. faalangst, zwakke prestatiemotivatie, emotionele instabiliteit, enz.).
  • Tevens wordt van ouders verwacht openheid te verschaffen wat betreft eerdere (psychologische) onderzoeken en diagnoses.

Diagnose t.b.v. Ontwikkelingsprofielplan

Om de loopbaan van de leerling goed in beeld te krijgen vind er voor iedere leerling een diagnose plaats. In de diagnose worden, naast de zorgvraag, ook de sterke kanten van de leerling zichtbaar. Het is van groot belang dat het geheel aan onderzoeksverslagen betreffende de leerling ter beschikking is gesteld aan  het ZAT van de school. Indien relevante informatie ontbreekt, kan de school vanzelfsprekend haar verantwoordelijkheid ten aanzien van haar zorgtaak niet nemen. Om die reden behoudt de school zich het recht voor de leerling op grond van onvolledigheid van het dossier door te verwijzen naar een passendere school.

Met een goede diagnose kan er vanaf de aanvang gericht met de leerling worden gewerkt.

In de loop van de eerste zes weken wordt door middel van dossieranalyse, klassenobservatie en/of onderzoek door een of meer leden van het ZAT, in samenspraak met de klassenleerkracht, een OPP (ontwikkelingsperspectiefplan) opgesteld. Afhankelijk van de vraagstelling in het onderwijskundige rapport ligt de uitvoering van eventueel voortgezet onderzoek bij de arts, de maatschappelijke werker of de orthopedagoog. Het OPP wordt binnen acht weken na inschrijving van de leerling met de ouders besproken.