GO

De Vrijeschool ondersteunt de vorming en ontwikkeling van leerlingen van zes tot en met achttien  jaar. Het leerplan omvat in oorsprong dertien leerjaren (na twee jaar kleuterschool).

In pedagogisch opzicht maakt de Vrijeschool onderscheid tussen de kleuter­klassen, de onderbouw (de basisschool), de middenbouw (onderbouw voortgezet onderwijs) en de bovenbouw (bovenbouw voortgezet onderwijs). De middenbouw en de bovenbouw vallen dus organisatorisch onder het voortgezet onderwijs.

 

De leergang voor de leerling bij de SVS Tobiasstroom kent vaak vijf leerjaren. De middenbouw bestaat uit klas 7, 8 en 9 en de bovenbouw uit klas 10 en 11. Het extra leerjaar dat de leerlingen hebben in de middenbouw is ontstaan vanuit de vele jaren ervaring. In de praktijk blijkt dat de leerlingen met lwoo, al dan niet met aanvullende problematieken, baat hebben bij een extra leerjaar om zo succesvol hun diploma te behalen. De leerlingen, waarbij bij aanname blijkt dat zij dit extra jaar niet nodig hebben, kunnen de middenbouw in twee jaar afronden. Ook leerlingen die sterk door het eerste jaar komen kunnen versneld de middenbouw doorlopen.

 

In iedere klas loopt een jaarthema dat past bij de leeftijdsfase als een rode draad door de leerstof heen. Hierdoor krijgen de verschillende vakken onderlinge samenhang. Omdat een bepaalde ontwikkelingsfase niet herhaald kan worden, komt zittenblijven bij ons dan ook in principe niet voor.

Het leerplan is gericht op een brede algemene ontwikkeling en biedt daarom een breed scala aan vakken, die elke leerling op eigen niveau kan volgen. Hierdoor komen leerlingen steeds in contact met de totaliteit en de samenhang van onze kennis van de wereld.

 

In de bovenbouw wordt het vmbo profiel Dienstverlening & Producten (D&P) aangeboden. Dit profiel is een breed oriënterend profiel en biedt leerlingen de mogelijkheid zich breed te oriënteren op de wereld van arbeid en beroep. Door het uitvoeren van allerlei opdrachten leert de leerling zichzelf kennen, leert hij waar hij goed in is en leert hij keuzes te maken. Pas later zal de leerling dan gerichte keuzes maken met betrekking tot de beroepskeuze.

 

De leerlingen hebben een actieve rol bij de verwerking van de lesstof. In de ochtenduren zijn de lessen thematisch ingericht. We noemen dat ‘het periode­onderwijs’. In deze lessen wordt niet met een kant-en-klare lesmethode gewerkt maar stellen de leerlingen hun eigen ‘lesboeken’ samen, in zogenaamde periodeschriften. Er wordt gewerkt in blokken van ca. drie weken.

 

Op deze wijze wordt niet alleen het denken gestimuleerd maar worden ook het gevoelsleven en de wil aangesproken. Deze benadering van de gehele mens geldt voor alle vakken. Dit vergt van leerlingen concentratie, wilskracht en het vermogen om zich in te leven in de lesstof .